- Paradijs – Canto 1 Vanuit het aardse paradijs, op de top van de Louteringsberg, stijgt Dante pijlsnel op naar de buitenste ring van het hemels paradijs. De kracht die hem optilt, komt van de ogen van Beatrice. Dante zelf kan – nog – niet in het helle licht van de zon kijken. Beatrice, die immers thuishoort in de hoogste hemel, heeft daar geen moeite mee. Ook bij elk verder opstijgen is het de weerkaatsing van het hemelse licht in de ogen van Beatrice die Dante leidt. Pas aan het eind van de tocht zal Dante met eigen ogen het eeuwige licht van god aanschouwen.
- Paradijs – Canto 21 In het kristalachtige licht dat om de aarde draait, ziet Dante een ladder. Hoger dan het oog kan reiken. En langs de treden , als een soort vuur, stijgen en dalen onophoudelijk engelen.

